Italië sluit de Olympische Winterspelen van Milano Cortina 2026 af met negen medailles, verdeeld over zes verschillende sporten.
De thuisnatie behaalde één gouden, twee zilveren en zes bronzen medailles tijdens de Spelen op eigen bodem. Schaatsster Francesca Lollobrigida pakte het enige goud voor Italië, terwijl de medailleoogst zich uitstrekte van alpineskiën tot kunstschaatsen.
In het alpineskiën waren Dominik Paris en Sofia Goggia goed voor brons. Giovanni Franzoni voegde daar een zilveren medaille aan toe. De alpineskiërs leverden daarmee drie van de negen Italiaanse medailles, een sport waarin het land traditioneel sterk presteert.
Biathlon levert teamzilver op
Het Italiaanse biathlonteam behaalde zilver in de estafette. Tommaso Giacomel, Lukas Hofer, Dorothea Wierer en Lisa Vittozzi zorgden voor een van de hoogtepunten voor de tifosi. De medaille onderstreept de groeiende kracht van Italië in deze discipline.
Linda Dalmasso pakte brons in het snowboarden, terwijl Dominik Fischnaller hetzelfde deed in het rodelen. Beide atleten droegen bij aan de brede medaillespreiding van de Italiaanse ploeg.
Schaatsen en kunstrijden completeren medailletabel
Naast het goud van Lollobrigida in het schaatsen, leverde het kunstschaatsen twee bronzen medailles op. Rebecca Lorello pakte individueel brons, terwijl het team van Nikolaj Macii, Sara Conti, Charlène Guignard, Marco Fabbri en Luca Naki eveneens met brons naar huis ging.
Met negen medailles over zes sporten toonde Italië de veelzijdigheid van zijn wintersportprogramma. De thuisnatie kon rekenen op medailles in zowel traditionele sterktes als minder dominante disciplines, wat de breedte van het Italiaanse wintersporten illustreert.